Maak jij een van deze 5 beginnersfouten bij het haken? – Deel (2/2)  

Welkom bij het tweede deel over beginnersfouten bij het haken! Vorige week gaf ik al 3 tips over hoe je minder strak kunt haken, hoe je je volgende steek kunt herkennen, en hoe je mooi mindert.

Wil je die nog even nalezen? Klik dan even hier. Vandaag deel ik beginnersfout 4 en 5 met jullie, en geef ik mijn advies.

Heb jij nog wel eens problemen bij het leren haken? Kijk dan even mee. Veel succes!

 

4. Leren haken: Niet netjes van kleur wisselen

Een veelgemaakte fout bij het leren haken is het verkeerd van kleur wisselen. Dit gaat bij haken veel anders dan bij breien.

Als je bij het breien van kleur wisselt, maak je namelijk eerst een steek af, voordat je de volgende steek met een nieuwe kleur begint. Als je deze zelfde techniek toepast bij haken, krijg je juist een gehakkeld kleurverloop:

 

 

 

Hierboven op de foto zie je links wat er gebeurt als je de ene steek afmaakt met kleur A, en daarna overschakelt naar kleur B. Je ziet dat het lusje bovenop de eerste roze steek nog wit is! Dit is gelukkig wel heel makkelijk te corrigeren.

De truc is om de laatste handeling van de steek vóór de kleurwisseling al af te maken met de nieuwe kleur. Bijvoorbeeld: je haakt vasten, en na 10 witte steken wil je overschakelen naar roze.

Als je bij de 10e witte steek bent, neem je een lus op zoals je normaal bij een vaste ook zou doen. Maar: nu haal je niet nog eens je witte garen door je lussen, maar pak je de roze draad al en maakt daarmee de vaste af. Als je daarna verder haakt met roze, krijg je een mooi kleurverloop zoals in de rechterfoto hierboven.

 

5. Leren haken: Verkeerd in het rond haken

Er zijn verschillende manieren om te beginnen in het rond te haken. Soms zegt je patroon dat je eerst een kring van bijvoorbeeld 4 lossen maakt, en daarna in die kring haakt. Dit kan, maar je krijgt een vrij groot gat in het midden. Maar het is bijvoorbeeld mogelijk voor granny squares.

 

 

Een andere manier is om twee lossen te haken, en het aantal steken van de eerste toer in de tweede losse van de naald te haken. Het resultaat zie je hierboven in het geel. Zo krijg je weliswaar een kleiner gaatje dan bij de bovengenoemde techniek, maar het is nog steeds niet ideaal. Vooral niet als je knuffels maakt, en je niet wilt dat de vulling eruit puilt.

Veruit de beste manier om te beginnen met in het rond haken, is de magische ring. Een magische ring kun je na de eerste toer weer strak trekken, waardoor je geen gaatje krijg in je haakwerk.

Een voorbeeld van een magische ring zie je hierboven in het roze. Ziet er toch veel beter uit, niet?

Nu is het wel even lastig om die magische ring onder de knie te krijgen, maar ik weet dat je het kunt! In het onderstaande filmpje zie je al kort hoe je een magische ring maakt. Dit zal overigens nog in meer detail worden laten zien in de beginnerscursus voor haken, die over 1,5 maand online zal staan.

 

[youtube]https://www.youtube.com/watch?v=ricnQr-b29o [/youtube]

 

Maakte jij 1 van deze beginnersfouten bij het haken? Of heb je een aanvulling die niet aan bod is gekomen? Laat het dan even weten – reageer onder dit bericht of op Facebook –  en dan probeer ik je vraag zo snel mogelijk te behandelen!