5 tips voor het breien van een kantshawl

5 tips voor het breien van een kantshawl! Eigenlijk is mijn grootste passie kantshawls breien. Voor mij is er geen groter genoegen dan een ingewikkeld ajourpatroon, dun garen en lange rondbreinaalden.

En dan een heleboel steken en lekker breien. Heerlijk!

Nu ga ik je vertellen dat jij het ook kunt. Echt waar, iedereen kan het. Het is alleen een kwestie van met de goede shawl beginnen!

Een die er wel uitziet alsof hij knap ingewikkeld is maar het eigenlijk niet is. Verder moet je even wat dingen weten over het breien van kantshawls. En dan kun jij het ook!

Tip 1: hoe werkt kantbreien?

Wat is dat nu eigenlijk, kantbreien? Het principe van kantshawls is, dat je breit met relatief dun garen op relatief te dikke pennen. Mensen denken altijd dat het een eindeloos gepriegel is op naalden 2mm, maar dat is niet het geval. Je gebruikt wel dun garen, maar dan op een maatje meer.

Dus bijvoorbeeld dun mohair dat je normaal op 3mm zou breien, brei je nu op naalden 4,5mm. Het gevolg is dus, dat je heel luchtig breiwerk krijgt. Dan is het dus al niet eens echt nodig om een heel ingewikkeld patroon te kiezen, het ziet er zonder ook al mooi uit.

Tip 2: vormen

Er zijn een aantal basisvormen voor kantshawls. Elke vorm heeft zijn eigen voor- en nadelen bij het breien. Op basis van dit lijstje kun je kiezen wat jou het leukste lijkt om te doen.

1 vierkant. Vierkante modellen hebben steeds hetzelfde aantal steken. Hetzelfde grote aantal steken. Omdat de breedte gelijk is aan de lengte, heb je wel een heleboel steken nodig om het benodigde aantal centimeters te halen.

2 rechthoek. Bij een rechthoekige shawl heb je relatief weinig steken op de pen. Immers, ook een kantshawl is meestal niet breder dan 40cm. Een rechthoekige shawl moet natuurlijk wel fijn omgeslagen kunnen worden, dus moet de lengte meestal zo’n 150cm zijn. Je moet dus wel van doorzetten weten, want meestal moet je één bepaald patroon vaak herhalen.

3 halfrond. Bij dit model begin je middenachter in de nek. Met een paar steken. Maar om het halfronde model te bereiken, begin je met meerderen. Heel veel meerderen! Dit model neemt relatief veel garen en levert ook veel steken op.

4 driehoek. Ook bij dit model begin je achter in de nek met een paar steken. Elke tweede naald worden er steken gemeerderd, tot de driehoek groot genoeg is. Bij een driehoek eindig je ook met een groot aantal steken op de naald.

Tip 3: materiaal

Voor het breien van kantshawls wordt meestal ook kantgaren gebruikt. Mooie strengen in de mooiste kleuren. Meestal bestaat kantgaren voor het grootste gedeelte uit wol, soms aangevuld met zijde. Hierdoor zijn deze garens niet goedkoop. Maar bedenk dat je er maar weinig van nodig hebt: met 500 meter kun je al een hele aardige driehoek breien.

Bij kantgarens wordt in meters aangegeven hoeveel garen je nodig hebt. Hierdoor is het makkelijker om het geschikte garen uit te zoeken dan als het in grammen wordt aangegeven. De dikte van garen bepaalt het aantal meters dat erop een bol zit! Dus hoe dunner het garen, hoe meer meters er in 100 gram gaan.

Kantgaren zit meestal op strengen. Voordat je kunt gaan breien, moet je hier wel een bolletje van maken. Net als vroeger laat je iemand met zijn/haar handen vooruit staan, streng eromheen en jij kunt het bolletje maken!

Gebruik naalden met een scherpe punt, hiermee kun je het makkelijkst insteken in de dunnen garens. Voor het breien van kantshawls kun je het beste rondbreinaalden gebruiken. Je breit immers met een groot aantal steken, die passen niet op rechte naalden.

Tip 4: een driehoek

Hoe brei je een driehoekige shawl? Zoals gezegd begin je middenachter, in de nek.

1 zet 7 steken op en brei 1 teruggaande naald recht

2 nu gaan we beginnen met meerderen. 2 recht, 1 omslag, 1 recht, 1 omslag, 1 recht (middelste steek), 1 omslag, 1 recht, 1 omslag, 2 recht (11 steken)

3 alle teruggaande naalden: 2 recht, brei averecht tot 2 steken voor het einde, 2 recht

4 alle heengaande naalden gaan net als bij 2, er komen echter steeds 2 steken bij aan weerszijde van de middelste steek.

 

Door steeds aan het einde van de naald en rondom de middelste steek te meerderen, ontstaat vanzelf het driehoekige patroon. Dit is een hele eenvoudige shawl: een tricot driehoek. Om het wat te verlevendigen, kun je eindigen met een patroon in pauwesteek. Je krijgt dan een mooie rand langs je shawl. Blijf bij de rand wel meerderen aan de uiteinden en rond de middelste steek

Tip 5: opspannen

Een kantshawl moet opgespannen worden na het breien. En dan bedoel ik ook: moet. Na het breien ziet een kantshawl er meestal nog een beetje frommelig uit. Door het opspannen ‘ontspannen’ de steken zich en zie je het patroon veel beter. Ook kun je de vorm nog beter benadrukken door de shawl op te spannen.

 

Dit werkt als volgt. Leg de shawl ongeveer een kwartier in een badje met eucalan. Eucalan hoef je niet uit te spoelen. Na een kwartier druk je voorzichtig het water uit de shawl. Dan rol je de shawl in een handdoek, om er nog meer water uit te krijgen. Druk de handdoek met de shawl erin voorzichtig uit.

Nu leg je de shawl op een (logeer)bed. Met spelden trek je de shawl in de gewenste vorm. Dit mag best stevig. Omdat het garen nat is, zal het niet breken.

Nu laat je de shawl zo opdrogen, en voilà! Je eerste zelfgebreide kantshawl.